Peuters hebben 50 tot 100 gram groente per dag nodig. Meer mag ook, want veel groente eten heeft alleen maar voordelen. Uit onderzoek blijkt dat 79% van de peuters te weinig groente eet, minder dan 40 gram per dag. Dat komt neer op 3 kerstomaatjes en 1 sperzieboon. Voer de dagelijkse portie op door groente op allerlei momenten aan te bieden.
AVONDETEN
Nu krijgen peuters 94% van hun groente tijdens de avondmaaltijd. Dat is geen ideaal tijdstip. Vaak zijn ze te moe en hebben ze geen zin om te eten. De oplossing? Groente ook op andere momenten aanbieden.
ONTBIJT
Een sapcentrifuge doet wonderen. Doe er appel, wortels en een bietje in, dat levert een zoet en kleurig sapje op. Peuters zijn er dol op. Crackertje met wat geprakte avocado is ook een geweldige start. Of een broodje met wat jonge kaas en plakjes tomaat.
LUNCH
Een bekertje (zoutloze!) drinksoep in plaats van een glas melk is lekker en goed voor de variatie. Voor je het weet heeft je peuter om 12 uur ’s middags al meer dan 50 gram groente op.
TUSSENDOOR
Geef kinderen overdag wat vaker een bakje rauwkost met kleine stukjes komkommer, wortel en kerstomaat. Voedt wel, maar vult niet al te veel. Dus blijft er ruimte voor de warme maaltijd.
GROENTE TEGEN OBESITAS
Tussen 2 en 6 jaar wordt de basis voor obesitas gelegd. Dat kunnen ouders helpen voorkomen, door veel meer groente te geven. Zo krijgen kinderen lekker veel vitaminen, mineralen en vezels binnen – en tegelijkertijd weinig calorieën. Groente zorgt dat je groeit in de lengte – en niet in de breedte. Minder snoep, wit brood en zogenaamd ‘gezonde’ koek dus. Al die zinloze suikers en lege koolhydraten zijn niet gezond voor peuters. Die voelen zich ‘vol’ en krijgen toch te weinig bouwstoffen binnen.
Groenten zijn ook zeer geschikt om variatie in het peutermenu aan te brengen. Door de rijkdom van verschillende smaken, kleuren en structuren. Maar ook door alle extra’s die veel groenten bevatten, zoals anti-oxidanten, vitamine B en bèta-caroteen voor je ogen. Je hoeft echt niet precies te weten wat en hoe; als je voldoende varieert krijgt je peuter al die gezonde stofjes binnen.
NITRAATRIJKE GROENTEN
Spinazie, andijvie, bleekselderij, Chinese kool, koolrabi, paksoi, postelein, raapstelen, radijs, rode bieten, sla en spitskool zijn nitraatrijke groenten. Tot voor kort gold het advies om dit niet meer dan 1 à 2 keer per week aan jonge kinderen te geven, omdat nitraat kan worden omgezet in nitriet en dat kan schadelijk zijn. Nieuw onderzoek laat echter zien dat het risico nihil is, vandaar dat dit advies onlangs is ingetrokken. Je hoeft dus niet meer speciaal op te letten of een groente wel of niet nitraatrijk is. Variatie blijft het toverwoord; zorg voor voldoende afwisseling in het menu van je peuter.
ZIEN = PROEVEN
Wist je trouwens dat kinderen beter eten als ze eerst foto’s van groenten en fruit hebben gezien die ze nog niet kennen? Blader samen in tijdschriften en boeken waar plaatjes van groenten in staan. Benoem wat je ziet, babbel gezellig een eindje weg, da’s ook goed voor de spraakontwikkeling. Met oudere peuters kun je het groentespel spelen als je in de supermarkt bent: ‘Weet jij waar de spruitjes liggen?’ `Kijk, dit is een ananas.’ ‘Kun je me helpen? Ik zie de tomaten niet…’ ‘Zie jij nog meer rode groenten liggen?’
Last but not least: laat ze al die groente zelf een kleur geven, ook dat stimuleert de lekkere groentetrek. Dus haal de kleurpotloden maar tevoorschijn en zet je peuter aan het werk met de kleurplaten in het Peuter Soepboek, waarvan je er ook een paar op deze site kunt downloaden.
